Delen

Meer nieuws

Eindelijk aanvraagloket open voor tegemoetkoming schade coronarellen
13 april 2021
TVL Q1 vanaf 12 april aanvragen met eHerkenning niveau 3
13 april 2021
Vraag na of de massaalbezwaarprocedure tegen box-3-heffing 2020 zinvol is
06 april 2021
Kortere loondoorbetaling bij ziekte voor werkende AOW’ers per 1 april 2021 gaat niet door
06 april 2021


Meer nieuwsartikelen >
U bevindt zich hier: Trending > Nieuws > Werkgevers: wijzigingen 2021

Werkgevers: wijzigingen 2021

Hieronder geven wij in het kort de meest belangrijke (verwachte) wijzigingen in wet- en regelgeving.
Wilt u meer informatie of heeft u nog vragen? Neem dan gerust contact op met ONS.

Minimumloon

Per 1 januari 2021 worden de bruto minimumlonen verhoogd. Vanaf deze datum gaat het minimumloon ook gelden voor opdrachtnemers die geen zelfstandig ondernemer zijn en voor werknemers die een beloning per stuk ontvangen. Onderstaand treft u de bedragen aan.

Leeftijd Per maand (€) Per week (€) Per dag (€)
21 jaar en ouder 1.684,80 388,80 77,76
20 jaar 1.347,85 311,05 62,21
19 jaar 1.010,90 233,30 46.66
18 jaar 842,40 194,40 38,88
17 jaar 665,50 153,60 30,72
16 jaar 581,25 134,15 26,83
15 jaar 505,45 116,65 23,33

Voor scholieren die naast hun werk een beroepsbegeleidende leerweg volgen gelden andere bedragen.

Werkkostenregeling

Normaal gesproken worden loonheffing en premie volksverzekeringen op het salaris van de werknemer ingehouden (en door u als werkgever afgedragen), en bent u daarnaast  als werkgever nog premie werknemersverzekeringen en werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (ZVW) verschuldigd. In sommige gevallen is het echter niet gebruikelijk of wenselijk de loonheffing/premie volksverzekeringen bij de werknemer in te houden. In dat geval kunt u de heffing toch voor uw rekening nemen door eindheffing toe te passen.

Ook in 2021 mag u via de vrije ruimte een deel van de personeelsvergoedingen en verstrekkingen onbelast laten. Voor 2021 bedraagt de vrije ruimte 1,7% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom. Voor het gedeelte van de loonsom dat boven € 400.000 uitstijgt, wordt de vrije ruimte 1,18%.

Om hiervan gebruik te maken dient u vergoedingen en verstrekkingen aan te merken als eindheffingsloon. Bij overschrijding van de vrije ruimte moet u 80% eindheffing afdragen over het meerdere. Het is dus van belang om vooraf goed in te schatten welke kostensoorten wel of niet in de eindheffing worden opgenomen.

Voor bepaalde vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen geldt dat deze gericht zijn vrijgesteld of mag u de waarde op nihil stellen. Dit betekent dat u ze onder voorwaarden onbelast aan uw werknemers kunt geven zonder dat u hiervoor vrije ruimte hoeft op te offeren.

Aanwijzen als eindheffingsloon

Het uitgangspunt is dat alles wat u aan de werknemer betaalt, vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt belast loon is tenzij:

  • Het buiten het loonbegrip valt, bijvoorbeeld een cadeautje bij een persoonlijke feestdag van de werknemer ter waarde van maximaal € 25 inclusief BTW, een fruitmand of een rouwkrans of iets dergelijks;
  • Het intermediaire kosten betreft, bijvoorbeeld als de werknemer iets betaalt voor wat tot het vermogen van de werkgever behoort bijvoorbeeld parkeerkosten bij een auto van de zaak;
  • De waarde van de vergoeding of verstrekking als nihil wordt aangemerkt door de belastingdienst. U hoeft dan niet bij te houden welke werknemer deze vergoeding of verstrekking ontvangt, wel dient u het aantal vergoedingen of verstrekkingen bij te houden;
  • De vergoeding of verstrekking is door de belastingdienst aangemerkt als gericht vrijgesteld.
    U dient hierbij wel te registeren aan welke werknemer deze vergoeding of verstrekking is gegeven;
  • De vergoeding of verstrekking door u is aangewezen als eindheffingsloon.

Uiterlijk in de loonaangifte over de tweede periode van 2021 dient de afrekening plaats te vinden van  de vrije ruimte  2020. Het is dan ook verstandig om nu al in beeld te brengen of alle vergoedingen en verstrekkingen waar gewenst zijn aangewezen als eindheffingsloon. Na afloop van het jaar is het niet toegestaan om alsnog vergoedingen en verstrekkingen aan te wijzen als eindheffingsloon.

Maar ook als u de vrije ruimte nu al heeft overschreden,  kan dit aanleiding zijn om arbeidsvoorwaarden en regelingen te wijzigen om verdere  overschrijding te voorkomen of te beperken.

Heeft u vragen over de werkkostenregeling binnen uw onderneming? Neem dan contact op met uw relatiebeheerder.

 Loonkostenvoordelen

Lage inkomensvoordeel
De Wet Tegemoetkoming Loondomein, het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een regeling waardoor het goedkoper is om medewerkers met een inkomen van minimaal € 10,29 en maximaal € 12,87 (cijfers 2020) per uur in dienst te nemen en te houden mits zij op jaarbasis tenminste 1248 uur werken. Het lage inkomensvoordeel bedraagt vanaf 1 januari 2021 maximaal € 960,00 op jaarbasis bij een fulltime dienstverband van 2080 uur per jaar.

Loonkostenvoordeel
Vanaf 1 januari 2018 is de systematiek van het huidige recht op premiekortingen, voor het in dienst  nemen of  houden van mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt, vervangen door een loonkostenvoordeel (LKV).

Het betreft dan oudere werknemers van 56 jaar en ouder die worden aangeworven vanuit een uitkeringssituatie, Arbeidsgehandicapten die worden aangeworven of herplaatst en werknemers uit de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden.

Voor oudere en gehandicapte werknemers bedraagt het loonkostenvoordeel maximaal € 6.000,00 per jaar bij een fulltime dienstverband. Voor werknemers uit de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden bedraagt het loonkostenvoordeel maximaal € 2.000,00 per jaar bij een fulltime dienstbetrekking.

De tegemoetkomingen worden separaat door de belastingdienst, in het jaar volgend op het jaar waarin het  recht ontstaat, uitgekeerd. Toekenning vindt plaats naar rato van het aantal verloonde uren in een kalenderjaar en wordt alleen toegekend voor werknemers tot de AOW-gerechtigde leeftijd .

Om voor de tegemoetkomingen loonkostenvoordeel in aanmerking te komen dient de werknemer over een doelgroepverklaring van de uitkeringsinstantie  te beschikken. Deze doelgroepverklaring dient door de werknemer binnen 3 maanden na indiensttreding te worden aangevraagd bij de uitkeringsinstantie.

Zonder doelgroepverklaring  bestaat geen recht op een loonkostenvoordeel en de verklaring wordt ook niet met terugwerkende kracht afgegeven.

Pas als de doelgroepverklaring is afgegeven, kan via de  salarisadministratie bij de aangifte loonheffingen een code worden meegeven dat recht bestaat op een loonkostenvoordeel.

Het verdient dus aanbeveling om direct bij indiensttreding de doelgroepverklaring al aan te laten vragen door de werknemer en deze aan te leveren bij de salarisadministratie.

Let op: Uitbetaling van het loonkostenvoordeel over 2020 vindt pas plaats in 2021!

Tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon

Daarnaast is er in 2021 nog een tegemoetkoming  (jeugd-LIV) mogelijk  waardoor de werkgever recht heeft op een loonkostenvoordeel voor werknemers die op 31 december 2020 de leeftijd van 18 tot en met 21 jaar hebben en het minimumloon verdienen. Het loonkostenvoordeel is een tegemoetkoming in de loonkosten bedoelt ter compensatie van de extra kosten omdat het volwassen minimumloon nu geldt voor een 21-jarige.

De loonkostenvoordelen hoeven niet door de werkgever te worden aangevraagd. Het recht op LIV wordt jaarlijks achteraf automatisch door het UWV aan de hand van de polisadministratie beoordeeld en door de Belastingdienst aan u uitbetaald.

De werkgever ontvangt jaarlijks voor 15 maart een overzicht van de rechten over het voorgaande jaar. Dit overzicht wordt vervolgens ter goedkeuring beschikbaar gesteld aan de belastingdienst die de vergoeding uiterlijk binnen 6 weken na 1 augustus zal uitkeren.

Auto’s zonder CO2-uitstoot

Voor auto’s zonder CO2-uitstoot met een datum eerste toelating op of na 1 januari 2021 geldt vanaf 1 januari 2020 een verlaagde bijtelling van 12% voor zover de cataloguswaarde € 40.000 of lager is. Voor het deel van de cataloguswaarde boven € 40.000 geldt de algemene bijtelling van 22%.

Let op: Voor auto’s zonder CO2-uitstoot met een datum eerste toelating voor 1 januari 2021 gelden andere percentages.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *