Meer blogs


Naar archief >

Delen

U bevindt zich hier: Trending > Blog > Werkgevers: wijzigingen 2019

Werkgevers: wijzigingen 2019

Hieronder geven wij in het kort de meest belangrijke (verwachte) wijzigingen in wet- en regelgeving.
Wilt u meer informatie of heeft u nog vragen? Neem dan gerust contact op met ONS.

Minimumloon

Per 1 januari 2019 worden de bruto minimumlonen verhoogd. Vanaf deze datum gaat het minimumloon ook gelden voor opdrachtnemers die geen zelfstandig ondernemer zijn en voor werknemers die een beloning per stuk ontvangen. Onderstaand treft u de bedragen aan.

Leeftijd Per maand (€) Per week (€) Per dag (€)
23 jaar en ouder 1615,80 372,90 74,58
22 jaar 1615,80 372,90 74,58
21 jaar 1373,45 316,95 63,39
20 jaar 1131,05 261,05 52,21
19 jaar 888,70 205,10 41,02
18 jaar 767,50 177,15 35,43
17 jaar 638,25 147,30 29,46
16 jaar 557,45 128,65 25,73
15 jaar 484,75 111,85 22,37

Voor scholieren die naast hun werk een beroepsbegeleidende leerweg volgen gelden andere bedragen.

Werkkostenregeling

Normaal gesproken worden loonheffing en premie volksverzekeringen op het salaris van de werknemer ingehouden (en door u als werkgever afgedragen), en bent u daarnaast als werkgever nog premie werknemersverzekeringen en werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (ZVW) verschuldigd. In sommige gevallen is het echter niet gebruikelijk of wenselijk de loonheffing/premie volksverzekeringen bij de werknemer in te houden. In dat geval kunt u de heffing toch voor uw rekening nemen door eindheffing toe te passen.

Ook in 2019 mag u via de vrije ruimte 1,2% (van uw totale fiscale loonsom) onbelast laten. Dit doet u door vergoedingen en verstrekkingen aan te merken als eindheffingsloon. Bij overschrijding van de vrije ruimte moet u 80% eindheffing afdragen over het meerdere. Het is dus van belang om vooraf goed in te schatten welke kostensoorten wel of niet in de eindheffing worden opgenomen.

Voor bepaalde vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen geldt dat deze gericht zijn vrijgesteld of mag u de waarde op nihil stellen. Dit betekent dat u ze onder voorwaarden onbelast aan uw werknemers kunt geven zonder dat u hiervoor vrije ruimte hoeft op te offeren.

Aanwijzen als eindheffingsloon

Het uitgangspunt is dat alles wat u aan de werknemer betaalt, vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt belast loon is tenzij:

  • Het buiten het loonbegrip valt, bijvoorbeeld een cadeautje bij een persoonlijke feestdag van de werknemer ter waarde van maximaal € 25 inclusief BTW, een fruitmand of een rouwkrans of iets dergelijks;
  • Het intermediaire kosten betreft, bijvoorbeeld als de werknemer iets betaalt voor wat tot het vermogen van de werkgever behoort bijvoorbeeld parkeerkosten bij een auto van de zaak;
  • De waarde van de vergoeding of verstrekking als nihil wordt aangemerkt door de belastingdienst. U hoeft dan niet bij te houden welke werknemer deze vergoeding of verstrekking ontvangt. Wel dient u het aantal vergoedingen of verstrekkingen bij te houden;
  • De vergoeding of verstrekking is door de belastingdienst aangemerkt als gericht vrijgesteld.
    U dient hierbij wel te registeren aan welke werknemer deze vergoeding of verstrekking is gegeven;
  • De vergoeding of verstrekking door u is aangewezen als eindheffingsloon.

Uiterlijk in de loonaangifte over de eerste periode van 2019 dient de afrekening plaats te vinden van de vrije ruimte 2018. Het is dan ook verstandig om nu al in beeld te brengen of alle vergoedingen en verstrekkingen waar gewenst zijn aangewezen als eindheffingsloon. Na afloop van het jaar is het niet toegestaan om alsnog vergoedingen en verstrekkingen alsnog aan te wijzen als eindheffingsloon.

Maar ook als u de vrije ruimte nu al heeft overschreden, kan dit aanleiding zijn om arbeidsvoorwaarden en regelingen te wijzigen om verdere overschrijding te voorkomen of te beperken.

Heeft u vragen over de werkkostenregeling binnen uw onderneming? Neem dan contact op met uw relatiebeheerder of met Patricia ter Haar (patricia.terhaar@ons.nl).

Loonkostenvoordelen

Lage inkomensvoordeel

De Wet Tegemoetkoming Loondomein, het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een regeling waardoor het goedkoper is om medewerkers met een inkomen van minimaal € 9,82 en maximaal € 12,29 (cijfers 2018) per uur in dienst te nemen en te houden mits zij op jaarbasis tenminste 1.248 uur werken. Het lage inkomensvoordeel bedraagt maximaal € 2.000 op jaarbasis bij een fulltime dienstverband van 2.080 uur per jaar (cijfers 2018).

Loonkostenvoordeel

Per 1 januari 2018 is de systematiek van het huidige recht op premiekortingen, voor het in dienst nemen of houden van mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt, vervangen door een loonkostenvoordeel (LKV).

Het betreft dan oudere werknemers van 56 jaar en ouder die worden aangeworven vanuit een uitkeringssituatie, arbeidsgehandicapten die worden aangeworven of herplaatst en werknemers uit de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden.

Voor oudere en gehandicapte werknemers bedraagt het loonkostenvoordeel maximaal € 6.000 per jaar bij een fulltime dienstverband. Voor werknemers uit de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden bedraagt het loonkostenvoordeel maximaal € 2.000 per jaar bij een fulltime dienstbetrekking.

De tegemoetkomingen zijn niet langer meer gekoppeld aan de verschuldigde premies werknemersverzekeringen, maar worden separaat door de belastingdienst, in het jaar volgend op het jaar waarin het recht ontstaat, uitgekeerd. Toekenning vindt plaats naar rato van het aantal verloonde uren in een kalenderjaar en wordt alleen toegekend voor werknemers tot de AOW-gerechtigde leeftijd .

Om voor de tegemoetkomingen loonkostenvoordeel in aanmerking te komen, dient de werknemer over een doelgroepverklaring van de uitkeringsinstantie te beschikken. Deze doelgroepverklaring dient door de werknemer binnen 3 maanden na indiensttreding te worden aangevraagd bij de uitkeringsinstantie. Zonder doelgroepverklaring bestaat geen recht op een loonkostenvoordeel en de verklaring wordt ook niet met terugwerkende kracht afgegeven.

Pas als de doelgroepverklaring is afgegeven, kan via de salarisadministratie bij de aangifte loonheffingen een code worden meegeven dat recht bestaat op een loonkostenvoordeel. Het verdient dus aanbeveling om direct bij indiensttreding de doelgroepverklaring al aan te laten vragen door de werknemer en deze aan te leveren bij de salarisadministratie.

Let op: Uitbetaling van het loonkostenvoordeel over 2018 vindt pas plaats in 2019!

Tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon

Per 1 januari 2018 is er een tegemoetkoming (jeugd-LIV) ingevoerd. Werkgevers hebben ook in 2019 recht op een loonkostenvoordeel voor werknemers die op 31 december 2018 de leeftijd van 18 tot en met 21 jaar hebben en het minimumloon verdienen. Het loonkostenvoordeel is een tegemoetkoming in de loonkosten bedoelt ter compensatie van de extra kosten, omdat het volwassen minimumloon nu geldt voor een 22-jarige.

De loonkostenvoordelen hoeven niet door de werkgever te worden aangevraagd. Het recht op LIV wordt jaarlijks achteraf automatisch door het UWV aan de hand van de polisadministratie beoordeeld en door de Belastingdienst aan u uitbetaald.

De werkgever ontvangt jaarlijks voor 15 maart een overzicht van de rechten over het voorgaande jaar. Dit overzicht wordt vervolgens ter goedkeuring beschikbaar gesteld aan de belastingdienst die de vergoeding uiterlijk binnen 6 weken na 1 augustus zal uitkeren.

Belastingdeel heffingskortingen alleen nog voor inwoners van Nederland

Vanaf 1 januari 2019 hebben alleen inwoners van Nederland recht op het belastingdeel van de loonheffingskorting. Niet-inwoners hebben daar geen recht meer op. Zij hebben alleen nog recht op het premiedeel als ze in Nederland verzekerd zijn voor de volksverzekeringen. Voor meer informatie verwijzen wij u naar onze blog ‘Werknemers die grensoverschrijdend werken en/of wonen‘.

Auto’s zonder CO2-uitstoot

Voor auto’s zonder CO2-uitstoot met een datum eerste toelating op of na 1 januari 2019 geldt vanaf 1 januari 2019 een verlaagde bijtelling van 4% voor zover de cataloguswaarde € 50.000 of lager is. Voor het deel van de cataloguswaarde boven € 50.000 geldt de algemene bijtelling van 22%.

Let op: Voor auto’s zonder CO2-uitstoot met een datum eerste toelating voor 1 januari 2019 die ouder zijn dan vijf jaar, geldt vanaf 1 januari 2019 een verlaagde bijtelling van 7% voor zover de cataloguswaarde € 50.000 of lager is. Voor het deel van de cataloguswaarde boven € 50.000 geldt een bijtellingspercentage van 25%.

Overige actiepunten

Bekijk ook ONS Eindejaarsbericht met actiepunten voor werkgevers.
Een aantal van bovenstaande punten is hierin opgenomen.

  • Benut de vrije ruimte in de werkkostenregeling
  • Voorkom hogere bijtelling voor elektrische auto van de zaak
  • Meer afdrachtvermindering S&O
  • Verkorten looptijd 30%-regeling verzacht
  • Wijzigingen in het LKV
  • Vanaf 2019 onderscheid tussen inwoners en niet-inwoners: bereid u voor!
  • Compensatie overwerk in tijd-voor-tijd wijzigt
  • Wijzigingen arbeidsmarkt op komst
  • Laat uw beschikking gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2018 controleren
  • Zwangere werkneemster moet medische verklaring voortaan zelf bewaren
  • Checklist actiepunten voor werkgevers en werknemers

Meer weten? Neem dan contact op met Patricia ter Haar via (0481) 35 12 08 of patricia.terhaar@ons.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *