Delen

Meer nieuws

Prinsjesdag 2018
19 september 2018
Nieuwe Arbowet: alles goed geregeld?
10 augustus 2018
ONS zoekt (senior) assistent accountant(s)
27 februari 2018
ONS Eindejaarstips 2017
12 december 2017


Meer nieuwsartikelen >
U bevindt zich hier: Trending > Nieuws > Werkgevers: wijzigingen 2018

Werkgevers: wijzigingen 2018

Hieronder geven wij in het kort de meest belangrijke (verwachte) wijzigingen in wet- en regelgeving.
Wilt u meer informatie of heeft u nog vragen? Neem dan gerust contact op met ONS.

Minimumloon

Per 1 januari 2018 worden de bruto minimumlonen verhoogd. Vanaf deze datum gaat het minimumloon ook gelden voor opdrachtnemers die geen zelfstandig ondernemer zijn en voor werknemers die een beloning per stuk ontvangen. Onderstaand treft u de bedragen aan.

Leeftijd Per maand (€) Per week (€) Per dag (€)
23 jaar en ouder 1.578,00 364,15 72,83
22 jaar 1.578,00 364,15 72,83
21 jaar 1.341,30 309,55 61,91
20 jaar 1.104,60 254,90 50,98
19 jaar 867,90 200,30 40,06
18 jaar 749,55 172,95 34,59
17 jaar 623,30 143,85 28,77
16 jaar 544,40 125,65 25,13
15 jaar 473,40 109,25 21,85

Voor scholieren die naast hun werk een beroepsbegeleidende leerweg volgen gelden andere bedragen.

Werkkostenregeling

Normaal gesproken wordt loonheffing/premie volksverzekeringen op het salaris van de werknemer ingehouden (en door u als werkgever afgedragen) , en bent u daarnaast als werkgever nog premie werknemersverzekeringen en werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (ZVW) verschuldigd. In sommige gevallen is het echter niet gebruikelijk of wenselijk de loonheffing/premie volksverzekeringen bij de werknemer in te houden. In dat geval kunt u de heffing toch voor uw rekening nemen door eindheffing toe te passen.

Ook in 2018 mag u via de vrije ruimte 1,2% (van uw totale fiscale loonsom) onbelast laten. Dit doet u door vergoedingen en verstrekkingen aan te merken als eindheffingsloon. Bij overschrijding van de vrije ruimte moet u 80% eindheffing afdragen over het meerdere. Het is dus van belang om vooraf goed in te schatten welke kostensoorten wel of niet in de eindheffing worden opgenomen.

Voor bepaalde vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen geldt dat deze gericht zijn vrijgesteld of mag u de waarde op nihil stellen. Dit betekent dat u ze onder voorwaarden onbelast aan uw werknemers kunt geven zonder dat u hiervoor vrije ruimte hoeft op te offeren.

Aanwijzen als eindheffingsloon

Het uitgangspunt is dat alles wat u aan de werknemer betaalt, vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt belast loon is tenzij:

  • Het buiten het loonbegrip valt, bijvoorbeeld een cadeautje bij een persoonlijke feestdag van de werknemer ter waarde van maximaal € 25 inclusief BTW, een fruitmand of een rouwkrans of iets dergelijks;
  • Het intermediaire kosten betreft, bijvoorbeeld als de werknemer iets betaald voor wat tot het vermogen van de werkgever behoort bijvoorbeeld parkeerkosten bij een auto van de zaak;
  • De waarde van de vergoeding of verstrekking als nihil wordt aangemerkt door de belastingdienst. U hoeft dan niet bij te houden welke werknemer deze vergoeding of verstrekking ontvangt, wel dient u het aantal vergoedingen of verstrekkingen bij te houden;
  • De vergoeding of verstrekking is door de belastingdienst aangemerkt als gericht vrijgesteld. U dient hierbij wel te registeren aan welke werknemer deze vergoeding of verstrekking is gegeven;
  • De vergoeding of verstrekking door u is aangewezen als eindheffingsloon.

Uiterlijk in de loonaangifte over de eerste periode van 2018 dient de afrekening plaats te vinden van  de vrije ruimte  2017. Het is dan ook verstandig om nu al in beeld te brengen of alle vergoedingen en verstrekkingen waar gewenst zijn aangewezen als eindheffingsloon. Na afloop van het jaar is het niet toegestaan om alsnog vergoedingen en verstrekkingen alsnog aan te wijzen als eindheffingsloon.

Maar ook als u de vrije ruimte nu al heeft overschreden, kan dit aanleiding zijn om arbeidsvoorwaarden en regelingen te wijzigen om verdere  overschrijding te voorkomen of te beperken.

Heeft u vragen over de werkkostenregeling binnen uw onderneming? Neem dan contact op met uw relatiebeheerder of met Patricia ter Haar (patricia.terhaar@ons.nl).

Loonkostenvoordelen

Lage inkomensvoordeel

In 2017 is het eerste deel van de Wet Tegemoetkoming Loondomein, het lage-inkomensvoordeel (LIV) al in werking getreden.

Dit is een regeling waardoor het goedkoper is om medewerkers met een inkomen van minimaal € 9,66 en maximaal € 12,08 (cijfers 2017) per uur in dienst te nemen en te houden mits zij op jaarbasis tenminste 1248 uur werken. Het lage inkomensvoordeel bedraagt maximaal € 2.000,00 op jaarbasis bij een fulltime dienstverband van 2080 uur per jaar (cijfers 2017).

Loonkostenvoordeel

Per 1 januari 2018 gaat de tweede fase in en wordt de systematiek van het huidige recht op premiekortingen, voor het in dienst  nemen of  houden van mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt, vervangen door een loonkostenvoordeel (LKV).

Het betreft dan oudere werknemers van 56 jaar en ouder die worden aangeworven vanuit een uitkeringssituatie, arbeidsgehandicapten die worden aangeworven of herplaatst en werknemers uit de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden.

Voor oudere en gehandicapte werknemers bedraagt het loonkostenvoordeel maximaal € 6.000,00 per jaar bij een fulltime dienstverband. Voor werknemers uit de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden bedraagt het loonkostenvoordeel maximaal € 2.000,00 per jaar bij een fulltime dienstbetrekking.

De tegemoetkomingen zijn niet langer meer gekoppeld aan de verschuldigde premies werknemersverzekeringen maar worden separaat door de belastingdienst, in het jaar volgend op het jaar waarin het recht ontstaat, uitgekeerd. Toekenning vindt plaats naar rato van het aantal verloonde uren in een kalenderjaar en wordt alleen toegekend voor werknemers tot de AOW-gerechtigde leeftijd.

Voor werknemers waarvoor op 31 december 2017 al een premiekorting bestond, geldt dat deze automatisch wordt omgezet naar een loonkostenvoordeel voor het restant van de periode.

Wel is het voor de groep oudere werknemers en de werknemers uit de doelgroep banenafspraak ook nu al verplicht om over een doelgroepverklaring te beschikken. Wij adviseren u dan ook na te gaan of deze in uw administratie aanwezig is en indien dit niet het geval is alsnog vóór 1 januari 2018 door uw werknemer een doelgroepverklaring aan te laten vragen bij de uitkeringsinstantie. Zonder doelgroepverklaring zal geen recht (meer) bestaan op een loonkostenvoordeel en de verklaring wordt ook niet met terugwerkende kracht afgegeven.

Voor nieuwe werknemers geldt dat de doelgroepverklaring binnen 3 maanden na indiensttreding of herplaatsing moet worden aangevraagd bij de uitkeringsinstantie. Pas als de doelgroepverklaring is afgegeven, kan via de  salarisadministratie bij de aangifte loonheffingen een code worden meegeven dat recht bestaat op een loonkostenvoordeel. Het verdient dus aanbeveling om direct bij indiensttreding de doelgroepverklaring al aan te laten vragen door de werknemer en deze aan te leveren bij de salarisadministratie.

Let op! Anders dan de premiekorting vindt uitbetaling van het loonkostenvoordeel over 2018 pas plaats in 2019!

Tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon

Daarnaast wordt er per 1 januari 2018 nog een tegemoetkoming (jeugd-LIV)ingevoerd waardoor de werkgever recht heeft op een loonkostenvoordeel voor werknemers die op 31 december 2017 de leeftijd van 18 tot en met 21 jaar hebben en het minimumloon verdienen. Het loonkostenvoordeel is een tegemoetkoming in de loonkosten bedoelt ter compensatie van de extra kosten omdat het volwassen minimumloon  nu geldt voor een 22 jarige.

De loonkostenvoordelen hoeven niet door de werkgever te worden aangevraagd. Het recht op LIV wordt jaarlijks achteraf automatisch door het UWV aan de hand van de polis administratie beoordeeld en door de Belastingdienst aan u uitbetaald.

De werkgever ontvangt jaarlijks voor 15 maart een overzicht van de rechten over het voorgaande jaar. Dit overzicht wordt vervolgens ter goedkeuring beschikbaar gesteld aan de belastingdienst die de vergoeding uiterlijk binnen 6 weken na 1 augustus zal uitkeren.

Overgangsregeling

In 2018 zullen vervolgens de huidige premiekortingsregelingen voor oudere en arbeidsgehandicapte werknemers, waarbij nu nog verrekening plaats vindt via de aangifte loonheffingen, ook worden omgezet naar een loonkostenvoordeelregeling die via de belastingdienst zal worden uitbetaald.

Wet minimumloon en vakantiebijslag

Per 1 januari 2018 moet een werkgever ook het minimumloon betalen over overwerk. Dit is geregeld door aanpassing van het loonbegrip in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Het is dan ook verstandig om indien u over 2017 nog overwerk wilt betalen dit nog in december te doen.

De aanpassing van deze wet heeft ook consequenties voor de hoogte van de vakantietoeslag. De werknemer heeft conform de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag recht op vakantiebijslag van 8% van zijn ten laste van de werkgever komende loon. De vroegere uitzondering dat geen recht bestond op vakantiebijslag over onder andere verdiensten uit overwerk vervalt. Vanaf 1 januari 2018 dient u dus ook vakantiegeld te betalen over overwerk!

Wel kan in een cao worden bepaald dat de werknemer geen recht heeft op vakantiebijslag of op een lager bedrag aan vakantiegeld.

Bent u van plan om vanaf januari 2018 overwerk uit te betalen? Dan is het wellicht verstandig om hierover voorafgaand even contact met ons op te nemen om na te gaan wat in uw situatie de mogelijkheden zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *