Meer blogs


Naar archief >

Delen

U bevindt zich hier: Trending > Blog > DGA pensioen: wat staat je te doen?

DGA pensioen: wat staat je te doen?

Als DGA heb je voor je pensioen in eigen beheer een keuze moeten maken: afkopen, omzetten naar een oudedagsverplichting (ODV) of premievrij laten doorlopen. Het fiscaal voordeel van het pensioen in eigen beheer is hiermee ook afgelopen. Maar wat nu? Hoe zorg je verstandig en fiscaal gunstig voor een oudedagsvoorziening? Vaak wordt er gedacht “mijn B.V. is mijn pensioen”, maar is dat wel zo? Er zijn verschillende opties om alsnog een “echt” pensioen op te bouwen, zodat je alles goed geregeld hebt. Voor jezelf, maar ook voor een eventuele partner en/of kinderen. Pak je dit een beetje slim aan, dan kun je ook nog een leuk fiscaal voordeel behalen. In deze blog de alternatieven met hun voor- en nadelen.

Welke alternatieven zijn er?
Voor de DGA zijn er verschillende mogelijkheden om een oudedagsvoorziening op te bouwen. In willekeurige volgorde een overzicht van een aantal mogelijkheden:

  • Sparen en/of beleggen in privé;
  • Sparen en/of beleggen in de B.V. (box 2) en na je pensioengerechtigde leeftijd dividend uitkeren;
  • Pensioenregeling bij een professionele pensioenuitvoerder;
  • Opbouwen via lijfrente bij een bank, verzekeraar of beleggingsinstelling;
  • Aflossen hypotheekschuld (voor lage woonlasten na je pensioen);
  • Hypotheek oversluiten naar de B.V.

De genoemde alternatieven hebben hun eigen voor- en nadelen en fiscale gevolgen. Hieronder per alternatief een aantal punten waar je bijvoorbeeld rekening mee moet houden.

1. Sparen en/of beleggen in privé door hoger salaris
Het voordeel is dat je beschikt over vrij aanwendbaar vermogen. Nadeel is dat het onttrekken van vermogen uit de B.V. in de vorm van salaris ten koste van de winst(reserve) gaat. Ook betaal je boven een salaris van € 68.507 relatief veel belasting (in 2018 is dit 51,95% loonheffing plus werkgeverslasten). Vervolgens wordt het deel dat wordt gespaard als vermogen meegeteld in box 3, waarover je jaarlijks vermogensrendementsheffing (maximaal 1.61%) moet betalen.

2. Sparen en/of beleggen in de B.V.
Bij sparen/beleggen in de B.V. heb je als voordeel dat de B.V. meer waard wordt. Maar bij een eventueel faillissement kan het vermogen ook weg zijn. Nadelig is dat in de B.V. vaak de spaardiscipline ontbreekt. Ook betaalt de BV al snel 1 à 2% kosten voor het beheer van je vermogen. Wanneer je vervolgens het vermogen als dividend uit je B.V. haalt, heb je circa 40% belasting betaald door de combinatie vennootschapsbelasting en aanmerkelijk belangheffing (inkomstenbelasting).

3. Pensioenregeling bij een pensioenuitvoerder
Het voordeel van een pensioenregeling bij een professionele verzekeraar is dat de premies aftrekbaar zijn als kosten bij de B.V. Ook bespaar je (in vergelijking met een dividenduitkering) in totaal circa 40% vennootschaps- en inkomstenbelasting. Overigens zijn de pensioenuitkeringen te zijner tijd wel belast tegen het dan geldende tarief voor de inkomstenbelasting. Daarnaast kun je in de pensioenregeling, voor een relatief lage premie, een nabestaandenpensioen opnemen, zodat je partner en kinderen bij jouw onverhoopt overlijden ook een inkomen hebben. Verder blijft het opgebouwde pensioen buiten een eventueel faillissement. Nadeel is dat het geld de B.V. verlaat.

4. Opbouwen via lijfrente bij bank, verzekeraar of verzekeringsinstelling
Wat betreft lijfrente zijn de mogelijkheden beperkter. Ten eerste zal de inleg eerst naar privé moeten worden ge bracht als dividend of salaris en je kunt minder inleggen in vergelijking met een pensioenregeling. Daarbij zal er elk jaar een jaarruimteberekening gemaakt moeten worden om te bepalen tot welk bedrag de inleg aftrekbaar is voor inkomstenbelasting.

5. Aflossen hypotheekschuld
Pensioen is inkomen voor later om uitgaven zoals woonlasten te kunnen betalen. Door er voor te zorgen dat de hypotheek is afgelost voor pensioendatum, heb je later ook minder inkomen nodig. Bijkomend voordeel is dat het aflossen van de hypotheek meteen resulteert in lagere maandlasten nu. In plaats van sparen bij de huidige lage rentestand, kan het aflossen van de hypotheek een goed alternatief zijn voor sparen. Nadeel is dat het geld niet meer beschikbaar is voor andere uitgaven.

6. Hypotheek oversluiten naar de B.V.
Bij voldoende spaargeld in de B.V. kan het ook aantrekkelijk zijn om een hypotheek van een hypotheekverstrekker over te sluiten naar de B.V. Op de spaarrekening van de B.V. ontvang je momenteel maar weinig spaarrente (circa 0,3%-0,5%), terwijl de hypotheekrente die je betaalt vaak veel hoger ligt (circa 3-6%). Wanneer je (een deel van) je spaargeld uit de B.V. uitleent aan jezelf voor de aflossing van je hypotheek, dan ontvang je in de B.V. meer rente, terwijl je privé nog wel gewoon de hypotheekrente kunt blijven aftrekken in je aangifte inkomstenbelasting.

Soms is een combinatie van de hierboven genoemde mogelijkheden handig. Zo voorkom je dat al het geld uit de B.V. ‘weg’ is. Zo hou je nog een winstreserve in de B.V. en kun je deze later als dividend laten uitkeren.

Tip! Zorg dat je na je AOW leeftijd tot een bedrag van circa € 35.000 aan inkomen hebt in box 1. Na je pensioengerechtigde leeftijd is de belastingdruk in box 1 tot dit bedrag ongeveer 20% (in plaats van circa 40% belasting voor je pensioengerechtigde leeftijd). Let op: op basis van de nieuwe kabinetsplannen is er mogelijk een tariefsverlaging op komst; dan wijzigen deze bedragen!

Pensioen is plannen
Bij het maken van een keuze is het belangrijk om naar het grotere geheel te kijken. Weet je al wanneer je wilt stoppen met werken? Heb je dan ook voldoende inkomen en vermogen om rond te komen? Wat gebeurt er met je bedrijf en je nabestaanden bij een overlijden? Zorg dat je kunt voorsorteren op je toekomst. Pensioen lijkt ver weg, maar des te eerder je hierover nadenkt, des te meer je kunt plannen. Als DGA zul je vanaf 2018 iets anders moeten regelen. Zorg dat je een goede basis hebt voor je pensioen en bepaal de richting voor een financieel onbezorgde oude dag.

Let op: De wetgeving wijzigt snel. Zo schuift de pensioenleeftijd steeds verder op. Pas je pensioenberekening hierop aan. Wanneer je pensioen is ingericht op een pensioenleeftijd van bijvoorbeeld 65 jaar en de AOW leeftijd wijzigt naar 68 jaar, dan zal je de AOW over deze drie extra jaren zelf moeten aanvullen (circa € 11.000 bruto per persoon per jaar, indien gehuwd samenwonend) of langer moeten doorwerken.

Leef vandaag, maar denk aan morgen
Er komt veel kijken bij het maken van een keuze. Laat je dus goed adviseren. Zowel nu als in de toekomst. Uit welk vat het pensioen ook wordt getapt, het draait uiteindelijk om wat er netto in privé van over blijft!

Over de auteur:
Robbert Kolkman is onafhankelijk pensioenadviseur bij ONS en helpt je graag bij alle vragen die spelen. Of je nu op het punt staat om een pensioenregeling te treffen of pensioenen wilt herijken. Wil je graag eens sparren over de mogelijkheden voor jouw pensioen? Bel dan Robbert Kolkman op 026-325 5441.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *